De Doorstroomtoets is de eindtoets van groep 8. Het is de laatste toets die leerlingen op de basisschool maken en die betrekking heeft op het vervolgonderwijs. De Doorstroomtoets wordt niet alleen aangeboden door Cito, in de Leerling in Beeld-toets, maar ook door andere aanbieders. Zo kunnen scholen zelf kiezen of ze de Doorstroomtoets van Leerling in Beeld nemen, of toch liever die van een andere aanbieder.
Ondanks verschillende aanbieders is de inhoud van de Doorstroomtoets ongeveer overal hetzelfde.
Het belangrijkste verschil met de voorlopers van de Doorstroomtoets, zoals de Centrale Eindtoets Primair Onderwijs, de Route 8-toets, de IEP-toets en de Cito-toets, is dat de Doorstroomtoets een combinatie is van meerkeuzevragen en open vragen.
De Doorstroomtoets is de laatste toets in het leerlingvolgsysteem (LVS) van de school, zoals bijvoorbeeld het LVS van Cito.
Een schooladvies wordt gebaseerd op basis van dat LVS. De toetsen die vanaf groep 6 worden gemaakt dienen als leidraad en samen met de werkhouding van het kind, komt er een advies uitrollen voor het middelbaar onderwijs. Dus of een kind naar het vmbo, de havo of het vwo gaat, hangt af van de toetsen die in het LVS staan.
De Doorstroomtoets wordt natuurlijk niet zonder reden afgenomen en heet ook niet zomaar “doorstroom”toets. Dat heeft ermee te maken dat het de laatste controle is op het gegeven advies. Is het gegeven schooladvies echt het niveau van het kind? Of moet, op basis van de toets, dat advies nog aangepast worden?
Er zijn verplichte vakken die de Doorstroomtoets afneemt bij alle kinderen. Het betreft de volgende vakken:
- Lezen
- Taalverzorging
- Rekenen
Begrijpend lezen is van cruciaal belang voor kinderen die naar de middelbare school gaan. Op basisscholen wordt begrijpend lezen al vanaf groep 3 aangeboden. Tijdens de Doorstroomtoets moeten leerlingen laten zien dat ze in staat zijn teksten te lezen en te interpreteren. Ook moet de inhoud van teksten worden toegepast, door bijvoorbeeld het benoemen van signaalwoorden en verwijswoorden. Maar net zo goed moeten kinderen in staat zijn meningen en feiten te onderscheiden en het doel van de schrijver van de tekst kunnen achterhalen.
De belangrijkste domeinen die op de Doorstroomtoets getoetst worden zijn de volgende:
- Leestechniek
- Woordenschat
- Interpreteren
- Samenvatten
- Opzoeken
Onder het vak taalverzorging vallen drie vormen van spelling, te weten: spelling van werkwoorden, spelling van niet-werkwoorden (categoriewoorden) en gebruik van interpunctie.
Getoetst wordt de juiste spelling van woorden en categorieën die tot groep 8 behandeld zijn. Dit gebeurt zowel in de context van een zin als in een dictee. Belangrijk is dat kinderen het juiste woordbeeld hebben aangeleerd en aan kunnen geven welke woorden goed en welke fout zijn gespeld.
Interpunctie gaat over het gebruik van hoofdletters en leestekens (komma’s, uitroeptekens, vraagtekens en aanhalingstekens). Ook hier zijn diverse opdrachten voor opgenomen in de Doorstroomtoets Taalverzorging.
Net als bij de andere toetsen gaat er bij de Doorstroomtoets ook veel aandacht uit naar rekenen. De Doorstroomtoets richt zich op de volgende subdomeinen:
- Getallen
- Verhoudingen
- Meten en meetkunde
- Verbanden
Daarmee lijkt het rekenen misschien beknopter, maar het komt er op neer dat kinderen in groep 8 heel veel moeten laten zien. Ze moeten getalposities en getalrelaties kunnen aangeven, maar ook kunnen rekenen met breuken, procenten en kommagetallen. De verhoudingstabel moet onder de knie zijn, want die is een voorwaarde om complexe sommen op te lossen. Ook het metriek stelsel moet volledig beheerst worden. Tot slot is er aandacht voor het leggen van verbanden en ruimtelijk inzicht.